stormvanwoorden:

Daar zit ge dan op uw bed, te mompelen dat ge de wereld wél aankunt. Dat ge absoluut geen vrienden hoeft, niemand nodig hebt. Want de gordijnen zijn uw schild tegen wat ge niet wilt zien en tegelijkertijd verbergen ze u van alles en iedereen. En in die duisternis voelt ge u geweldig, onovertroffen zelfs, maar niets is minder waar. De wereld heeft u op uw knieën gebracht waardoor ge uw kamer niet meer durft uitkomen. En ge hebt wél mensen nodig, ge verlangt naar een aanwezigheid. Een aanraking. Zowel lichamelijk - huid tegen huid - als geestelijk. Ge verlangt naar iemand die uwe ziel weet te roeren. Naar iemand die uw gordijnen komt opendoen. 

Eenvoud ontvouwt

dromendrinkenalsontbijt:

Ik zit op een balkon of een steiger terwijl iedereen op straat is. Er klinkt een triangel, het is onder meer de zon en zonder meer geluk. Ik luister naar het stillen van stormen en bestormingen, naar zwaluwen en vleugels vanbinnen die vliegen verleerden. Zo nu en dan klinkt er muziek, maar meestal is het water genoeg of de rest of de rust. Het weinige is meer dan genoeg.

vriendenverliefdheid:

De fragiele balans tussen een zachte winterzon,                                                  het punt waarop je net lang genoeg gefietst hebt dat je de kou niet meer voelt,  je rode wangen die opkomen                                                                                  en het perfecte liedje dat ineens op shuffle begint te spelen,                      ontstaat slecht zelden                                                                                      maar als alles ineens klopt, zorgt het altijd voor sprongetjes in mijn hart. 

mjalti:

I just crave being alone but like ..with someone else there too

lucidsuggestion:

i think about your eyes a lot

Zweven

Ik heb het gevoel dat ik zweef. Ik hang in de lucht en mijn voeten zoeken naar grond om op te staan. Ik zie de grond, maar hoe hard ik ook probeer, mijn voeten voelen de aarde niet. Ik probeer mijn armen uit te strekken naar de mensen rondom mij, die de grond wel gevonden hebben. Ik probeer hun handen vast te pakken, zodat ik me naar beneden kan trekken, maar mijn armen reageren niet op de impuls die mijn hersens zenden. Ik zweef en ik vind mijn weg naar beneden niet. Ik hang daar gewoon in de lucht. Mijn voeten op zoek naar aarde om wortels te laten schieten. Mijn handen op zoek naar andere handen om vast te houden, om vingers te verstrengelen. Mijn hoofd op zoek naar rust en zekerheid.

ochtendstorm:

‘Het regent!’ zei de een.
‘Neen! Ik regen!’ zei de ander
De een zei dat de ander de hemel niet was.
‘Ben ik wel’ zei de ander

En hij steeg
en hij regende